Als u naar rechts kijkt als u onder de poort van haagbeuk bent doorgelopen, ziet u de Maangodin, het logo van onze tuin. De Maangodin verbindt de energie uit de kosmos met de aarde.

Aan een rozenboog groeit en bloeit de roos 'Constance Spry'. Zij wordt de moeder van alle Engelse rozen genoemd en heeft een onovertroffen muskusgeur en grote gevulde roze bloemen. De roos geeft geen herbloei, maar omdat het zo'n krachtige groeier is, is zij bij ons goed te combineren met Clematis triternata 'Rubromarginata', die later in het seizoen overdekt is met talloze kleine bloemetjes, geurend naar amandelen.
Verderop is een rozenboog overgroeid met Rosa 'New Dawn' en Clematis 'Romantika'. Fluwelig dieppaars temidden van heel lichtroze. Dit met klimrozen en clematissen overgroeide frambozenlaantje vormt de scheiding met de gemengde grassentuin.


Langs het paadje van houtsnippers bloeit de vrouwenmantel samen met Briza media (trilgras), geliefd in droogboeketten. De zegge op de foto is 's winters op zijn best en is al uitgebloeid.
Het zilvergrijze blad van Helichrysum 'Sulphur Light' geurt naar het middellandse zeegebied en laat de groep Echinacea purpurea's goed uitkomen. Hoog boven alles uit trekt de reuzenscabioos (Cephalaria gigantea) met haar zwavelgele bloemen veel bijen aan. De zaailingen nestelen zich snel met een stevige penwortel; dus niet te lang wachten met weghalen waar ze niet gewenst zijn.
Heesters aan de rand van deze border zorgen voor vroege bloei, wanneer de grassen nog moeten beginnen met groeien. De wintergroene Viburnum burckwoodii bloeit al heel vroeg met sterk geurende lichtroze bloemschermen. Daarna volgen de krentenboompjes met roodbruin blad en een wolk van tere, witte bloemtrosjes. De krentachtige vruchten zijn erg lekker, maar de merels zijn ons altijd voor.
Vaste planten tussen de grassen zorgen ervoor dat er in mei al veel te zien is, bijvoorbeeld Thalictrum aquilegifolium, Aconitum napellus en veel Geranium-soorten (onder andere G. hybr. 'Orion' die zo mooi de nog kale Miscanthus sinensis 'Kleine Silberspinne' afdekt).

Astrantia 'Claret' zorgt met Cirsium rivulare 'Atropurpureum' en Knautia macedonica voor een dieprood accent, later terugkomend in Persicaria amplexicaule 'Atropurpureum' en Miscanthus sinensis 'Rotsilber'. Aconitum bicolor bloeit iets later. Knautia arvensis wordt op onze goede grond erg hoog en slap; een goede weefplant, die eindeloos doorbloeit (nog inheems in bijvoorbeeld het duingebied).

Helenium 'Zimbelstern' bloeit al vroeg in de zomer en heeft een goed te combineren kleur geelbruin. Prachtige blauwgrijze distels (Eryngium planum 'Blauer Zwerg') steken mooi tegen het geelgroene Chasmantium latifolium af. Phlox-soorten zorgen hier voor geur en kleur (niet alle Phloxen doen het goed op de klei).
Sedum 'Matrona' is een stevige dame met prachtig blad en fraaie bloei. De slappe (niet erg winterharde) Oenothera 'Pink Petticoat' leunt er dankbaar tegenaan. Ze zaait makkelijk uit en blijft zo redelijk op haar plaats.
Zodra in september-oktober de Miscanthus-soorten met hun rood-zilveren pluimen gaan pronken, die later nog heel lang zorgen voor een fraai wintersilhouet (vooral bij rijp en sneeuw), komen er steeds meer geelbloeiers. Ook Aster 'Herbstschnee', Verbena bonariensis en Persicaria amplexicaule 'Atropurpureum' doen mee tot in november.